Important announcement

Dear visitor,

Please note that this OpenCourseWare platform will be replaced at the end of 2026 by a new platform (under the same url ocw.tudelft.nl).

Courses and their contents that are currently available the platform will partly be migrated. URL’s for this content will change and content might be unavailable for some time. In addition, some courses will not be available anymore.

If you are linking to specific courses on this platform (for instance for your students), please take timely measures to avoid problems with access. Possible actions are:

  • Download the materials to your local platform (laptop, server)
  • For educators only (including TU Delft lecturers): Contact us at ocw@tudelft.nl and inform us what course you are using in what context (institute, program, period of use, number of students). We will research (in collaboration with the authors of the course) and decide if we will migrate the course, and if yes, can supply you with a new url.

Thank you.

2.4.2 Stap 1: Definieer een probleemstelling

Course subject(s) Module 2: Definieer het ontwerpvraagstuk

Stap 1: Probleemstelling

Aan de hand van vijf vragen ga je beschrijven welke problemen je gebruiker heeft.

Instructies

Beantwoord de volgende vragen over de problemen van je gebruiker op het werkblad (zie hiervoor ook de instructievideo van Jelle).

  1. Wie heeft het probleem?

    Beschrijf zo concreet mogelijk wie je gebruikers zijn. Je hebt eerder misschien een of een paar mensen onderzocht, maar deze mensen vertegenwoordigen een grotere gebruikersgroep. Een groep mensen die een aantal dingen gemeen hebben, zoals bijvoorbeeld hun leeftijd, of een voorkeur voor gezond eten.

  2. Wat is het probleem?

    Beschrijf welke probleem of problemen je gebruiker ervaart tijdens het ochtendritueel.

  3. Welke zaken in de omgeving hebben invloed op het probleem?

    Beschrijf welke zaken in de (directe) omgeving van invloed zijn op het ochtendritueel, en eventueel problemen veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan een krappe doucheruimte, of melk die over datum is en plots tot nadenken dwingt over wat te ontbijten. Je kan hierbij denken aan zaken die te maken hebben met fysieke ruimte, producten, sociale interactie, en meer.

  4. Welke neveneffecten wil je voorkomen?

    Elke oplossing voor een probleem, brengt weer zijn eigen problemen mee. Beschrijf welke neveneffecten je wilt voorkomen tijdens het ontwerpen van een oplossing. Dit zou kunnen gaan om bijvoorbeeld veiligheid, het milieu, de fysieke ruimte.

  5. Waar kan je niet omheen? Welke randvoorwaarden zijn er waar je ontwerp straks aan moet voldoen?

    Beschrijf de belangrijkste randvoorwaarden waar je rekening mee dient te houden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om veiligheidsregels, privacy, culturele normen, etc.

Voorbeeld van het invulblad waar je de probleemstelling beschrijft

werkblad_opdracht_2_Page_1

Creative Commons License
Introductie productontwerpen: van probleem tot prototype by TU Delft OpenCourseWare is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.
Based on a work at https://online-learning.tudelft.nl/courses/delft-design-approach/
Back to top
[sg_popup id=6]