Important announcement

Dear visitor,

Please note that this OpenCourseWare platform will be replaced at the end of 2026 by a new platform (under the same url ocw.tudelft.nl).

Courses and their contents that are currently available the platform will partly be migrated. URL’s for this content will change and content might be unavailable for some time. In addition, some courses will not be available anymore.

If you are linking to specific courses on this platform (for instance for your students), please take timely measures to avoid problems with access. Possible actions are:

  • Download the materials to your local platform (laptop, server)
  • For educators only (including TU Delft lecturers): Contact us at ocw@tudelft.nl and inform us what course you are using in what context (institute, program, period of use, number of students). We will research (in collaboration with the authors of the course) and decide if we will migrate the course, and if yes, can supply you with a new url.

Thank you.

Elementaire begrippen

Course subject(s) 6. Propositielogica

Redeneringen zijn geldig op basis van vorm: de vorm van de premissen en de conclusie. Als je daarin variabelen zou gebruiken in plaats van daadwerkelijke uitspraken, blijft een redenering geldig, ook al vul je voor de variabelen andere uitspraken in. De redenering

Premisse 1: Als de aarde plat is, is Beatrix de koningin van Belgie
Premisse 2: De aarde is plat
Conclusie: Beatrix is de koningin van Belgie

is geldig, want als de beide premissen waar zijn, dan is de conclusie dat ook. Zo ook de redenering:

P1: Als de aarde plat is, is Beatrix de koningin van Duitsland
P2: De aarde is plat
C: Beatrix is de koningin van Duitsland

Beide redeneringen zijn geldig vanwege de vorm “Premisse 1: Als A dan B; Premisse 2: A; Conclusie: B”. Het maakt niet uit wat je voor A en B invult, als je dat in de gehele redenering consistent doet, is elke resulterende redenering geldig.

De vorm van zinnen in natuurlijke taal is te onduidelijk, we kunnen het onszelf (in dit opzicht) makkelijker maken wanneer we van een kunstmatige, wiskundige taal gebruik maken. (De wiskunde die je op de middelbare school leert is ook zo’n kunstmatige taal.) In dit vak behandelen we twee kunstmatige talen: de propositielogica en de predicatenlogica. Dit onderwerp behandelt de basisbegrippen van de propositielogica, namelijk proposities en connectieven, (te weten negatie, conjunctie, disjunctie, materiële implicatie, equivalentie) en laat zien hoe je uit eenvoudigeuitspraken complexere uitspraken kunt construeren, en hoe de waarheid van de complexere uitspraken afhangt van die van de samenstellende uitspraken.

Leedoelen
De student kan de sytactische definitie van de taal van de propositielogica reproduceren, syntactisch welgevormde formules produceren en niet-welgevormde formules herkennen. De student is in staat eenvoudige vertalingen van natuurlijke taal naar de taal van de propositielogica en terug te maken. De student kan de beperkingen van de waarheidsfunctionele connectieven uitleggen.

Geschikte opgaven:
Beschijven en Bewijzen, 2.1
Logica, 2.1
Herkansing practicum 1, opgave 2a

Bestanden

Creative Commons License
Redeneren en Logica by TU Delft openCourseWare is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.
Based on a work at https://ocw.tudelft.nl/courses/redeneren-en-logica/.
Back to top
[sg_popup id=6]